Fiat geld
Fiatgeld
[bewerken | brontekst bewerken]Fiatgeld is een vorm van geld waarvan de waarde niet gedekt wordt door een fysiek goed zoals goud of zilver, maar uitsluitend berust op het vertrouwen in de uitgevende instantie — doorgaans een centrale bank of overheid. De term is afgeleid van het Latijnse woord fiat, wat "het geschiede" of "laat het zo zijn" betekent. Bekende voorbeelden van fiatvaluta zijn de euro, de Amerikaanse dollar en het Britse pond. Fiatgeld heeft geen intrinsieke waarde: een bankbiljet van €50 is in wezen slechts een stuk papier dat zijn waarde ontleent aan wet- en regelgeving en maatschappelijk vertrouwen.
Geschiedenis
[bewerken | brontekst bewerken]Tot in de twintigste eeuw waren de meeste valuta's gekoppeld aan goud via de zogenaamde goudstandaard. Dit systeem garandeerde dat elke uitgegeven geldeenheid inwisselbaar was voor een vaste hoeveelheid goud. In 1971 maakte de Amerikaanse president Richard Nixon een einde aan deze koppeling — een beslissing die bekendstaat als de Nixon-schok — waarna de dollar, en al snel de rest van de wereldvaluta's, volledig fiatgeld werden. Sindsdien kunnen centrale banken de geldhoeveelheid vrij aanpassen via instrumenten als kwantitatieve versoepeling en rentebeleid, zonder gebonden te zijn aan een grondstofvoorraad.
Kritiek vanuit Bitcoin-perspectief
[bewerken | brontekst bewerken]Vanuit het Bitcoin-ecosysteem is er fundamentele kritiek op fiatgeld. Omdat overheden en centrale banken naar eigen inzicht nieuw geld kunnen creëren, leidt dit structureel tot inflatie en koopkrachtverlies voor gewone spaarders. Bitcoin is als reactie hierop ontworpen met een hard begrensd aanbod van 21 miljoen munten, waardoor het immuun is voor willekeurige geldinflatie. Voorstanders van Bitcoin beschouwen fiatgeld daarom als een systeem dat rijkdom herverdeelt van spaarders naar degenen die het dichtst bij de geldpers zitten — een fenomeen dat ook wel het Cantillon-effect wordt genoemd.
