Bitcoin en Economische Theorieën

Uit BitcoinWiki.nl
Versie door Marnix (overleg | bijdragen) op 27 jul 2026 om 12:21 (Beginnetje uitgewerkt: waarom bitcoiners naar de Oostenrijkse school verwijzen (subjectieve waardetheorie, kritiek op geldschepping), de kanttekeningen daarbij (minderheidsstroming, uitgebleven inflatievoorspellingen, whitepaper verwijst er niet naar) en andere economische invalshoeken)

Er zijn verschillende manieren om naar de Economie te kijken. Een veel-voorkomende is de Oostenrijkse school.

Oostenrijkse school

De Oostenrijkse school is een manier van economisch denken waarin de acties van het indvididu centraal staan. Volgens de Oostenrijkse school vallen alle economische factoren te herleiden naar keuzes die gemaakt worden door individuen. Ook zeggen aanhangers van deze school dat er niet zoiets bestaat als "intrinsieke waarde", maar dat alle waarde die we aan dingen geven puur subjectief is (de subjectieve waardetheorie).

Waar de Oostenrijkse school meer berust op theorieën en logica, staat de (mainstream) Keynesiaanse en neoklassieke school hier tegenover door te trachten de economie wetenschappelijk te verklaren met modellen en empirische metingen.

Lees meer over de geschiedenis van de Oostenrijkse school in het artikel What is Austrian Economics van één van de grondleggers, Ludwig von Mises.

Waarom bitcoiners vaak naar de Oostenrijkse school verwijzen

De aantrekkingskracht zit vooral in twee punten die goed aansluiten bij hoe bitcoin werkt.

Het eerste is de subjectieve waardetheorie. De vraag "maar wat is bitcoin nu eigenlijk waard, het is toch niets?" veronderstelt dat waarde een eigenschap van een ding is. In de Oostenrijkse opvatting bestaat waarde niet los van mensen: iets is waard wat iemand bereid is ervoor op te geven. Zie ook de mythe dat bitcoin geen intrinsieke waarde heeft.

Het tweede is de kritiek op geldschepping. Oostenrijkse economen als Ludwig von Mises en Friedrich Hayek betoogden dat het uitbreiden van de geldhoeveelheid de rentestand verstoort, verkeerde investeringen uitlokt en zo bijdraagt aan conjunctuurcycli. Wie die analyse deelt, ziet in een geldsoort met een vast, vooraf bekend uitgifteschema een aantrekkelijk alternatief. Hayek schreef in 1976 in Denationalisation of Money zelfs expliciet over concurrerende, privaat uitgegeven geldsoorten, iets wat vaak als vooruitziend wordt aangehaald.

De kanttekeningen

Het is goed om te weten dat deze koppeling niet vanzelfsprekend is en dat er serieuze bezwaren tegen bestaan.

De Oostenrijkse school is binnen de economische wetenschap een minderheidsstroming. De methodologische keuze om vooral vanuit logische redenering te werken in plaats van vanuit empirisch toetsbare modellen, wordt door de meeste economen niet gedeeld, juist omdat uitspraken daarmee moeilijk te weerleggen zijn.

Daarnaast voorspelden veel Oostenrijkse economen na de kwantitatieve verruiming vanaf 2008 hoge inflatie, die jarenlang uitbleef. Dat wordt vaak aangevoerd als bewijs dat de voorspellende waarde van de theorie beperkt is.

Tot slot: bitcoin werkt ongeacht welke economische school je aanhangt. Satoshi Nakamoto verwees in het whitepaper nergens naar de Oostenrijkse school; de tekst gaat over een technisch probleem, namelijk hoe je dubbel uitgeven voorkomt zonder centrale partij. De economische inkleuring kwam er later bij.

Andere invalshoeken

Bitcoin wordt ook vanuit heel andere hoeken bekeken. Vanuit de monetaire economie als een activum zonder tegenpartijrisico, vergelijkbaar met goud. Vanuit de netwerkeconomie als een systeem waarvan de waarde toeneemt naarmate meer mensen het gebruiken. En vanuit de speltheorie, waarbij de vraag is waarom het voor deelnemers rationeel is om zich aan de regels te houden; dat laatste raakt direct aan hoe mining en de consensusregels zijn ontworpen.